Checkbrutonetto rekent voor u uit hoe uw netto besteedbaar inkomen verandert als gevolg van maatregelen van de overheid.
Doe de check
13 Feb 2016

Loont het voor een alleenstaande ouder in een koopwoning om meer te werken?

Hoeveel houd je netto over als je meer gaat werken? Als voorbeeld gaan we deze vraag beantwoorden voor een alleenstaande moeder. Ze werkt 32 uur per week en verdient daarmee € 35000 bruto per jaar. Ze heeft een koopwoning met een WOZ waarde van € 143241 en betaalt voor haar hypotheek een bruto jaarrente van € 7162. Haar pasgeboren zoon zit 32 uur per week op de kinderopvang. De vrouw heeft € 25000 spaargeld.

Je kunt haar financiële situatie zelf varieren op deze pagina.

Om een antwoord te geven op de vraag gebruiken we het begrip marginale druk. De marginale druk geeft aan welk deel van de stijging van het bruto inkomen niet resulteert in een hoger nominaal beschikbaar inkomen, maar in hogere af te dragen belastingen en premies, hogere of lagere heffingskortingen en lagere toeslagen. De marginale druk wordt uitgedrukt als een percentage van je laatstverdiende euro.

Checkbrutonetto.nl berekent niet alleen de marginale druk maar ook hoe deze marginale druk is verdeeld over de verschillende belastingen, premies, heffingskortingen en toeslagen. Dit levert onderstaande grafiek op:

Opbouw van de marginale druk in 2016 voor een alleenstaande moeder met een jaarinkomen van € 35000, een eigen woning en spaargeld.
Opbouw van de marginale druk in 2016 voor een alleenstaande moeder met een jaarinkomen van € 35000, een eigen woning en spaargeld.


We zien dat haar marginale druk 65,67% is. Als ze bruto € 100 meer gaat verdienen (salaris), betaalt ze hierover effectief € 65,67 belasting en houdt ze netto € 34,33 over. Deze € 65,67 effectieve belasting is als volgt opgebouwd: ze krijgt € 9,70 minder kinderopvangtoeslag, € 6,75 minder kindgebonden budget, € 4 minder arbeidskorting, € 4,82 minder algemene heffingskorting, en ze betaalt € 40,40 inkomstenbelasting (box1).

In ons vorige blog wat verandert er voor een alleenstaande ouder in een koopwoning in 2016, waarin we uitgaan van dezelfde gezinssituatie, hebben we deze effecten al kwalitatief laten zien voor de diverse toeslagen en heffingskortingen. In bovenstaande grafiek doen we dit dus nu ook kwantitatief.

Hetzelfde plaatje zag er in 2015 als volgt uit:

Marginale druk: opbouw voor uw inkomen in 2015.
Marginale druk: opbouw voor uw inkomen in 2015.


Haar marginale druk was in 2015 56,39% en is in 2016 dus met 9% gestegen tot 65,67%. Het loont dit jaar dus minder om meer te werken. Deze toename van ruim 9% komt door veranderingen in:
  • De arbeidskorting: dit jaar daalt haar arbeidskorting als ze meer verdient. Vorig jaar was dit niet het geval.
  • De algemene heffingskorting: dit jaar daalt haar algemene heffingskorting sneller dan vorig jaar als ze meer verdient.
  • De kinderopvangtoeslag: dit jaar daalt haar kinderopvangtoeslag iets sneller dan vorig jaar als ze meer verdient.
  • De inkomstenbelasting (box1): dit jaar is het tarief in de tweede en derde schaal van de inkomstenbelasting gedaald van 42% naar 40,40%.

    In onderstaande grafiek laten we de marginale druk zien voor dezelfde gezinssituatie maar voor alle bruto inkomens.

    Marginale druk: alle inkomens in 2015 en 2016.
    Marginale druk: alle inkomens in 2015 en 2016.


    In deze grafiek zie je dat de marginale druk varieert tussen de 52% en bijna 75%. Waarom is de marginale druk met bijna 75% zo hoog tussen ongeveer € 73000 en € 86000 bruto inkomen? Het antwoord hierop kunnen we halen uit onderstaande grafiek waarin we de opbouw van de marginale druk laten zien voor alle bruto inkomens:

    Marginale druk: opbouw voor alle inkomens in 2016.
    Marginale druk: opbouw voor alle inkomens in 2016.


    Je ziet dat je bij een bruto inkomen vanaf € 67000 in het 52% tarief voor de inkomstenbelasting(box1) terecht komt (de rode balken IB1 worden langer). Echter tot € 72000 wordt deze belastingdruk verlaagd door de hypotheekrenteaftrek. Vanaf dit inkomen zit een deel van de totale fiscaal aftrekbare rente in het 40,40% tarief en een deel in het 50,50% tarief. Meer verdienen betekent dat je meer hypotheekrenteaftrek krijgt in het 50,50% tarief maar minder in het 40,40% tarief. Het verschil tussen die twee is gunstig en verlaagt de marginale druk met ruim 10% (waardoor de hypotheekrenteaftrek een negatieve component oplevert in de marginale druk).

    Dit effect houdt echter vanaf € 73000 op waarbij de totale fiscaal aftrekbare rente volledig in het 50,50% tarief zit. Meer verdienen in dit geval levert niet meer of minder hypotheekrenteaftrek op. Verder is de som van de marginale drukcomponenten van de arbeidskorting, het kindergebonden budget, de kinderopvangtoeslag, en de inkomstenbelasting(box1) met bijna 75% hoog.

    Vanaf € 87000 is de afbouw van het kindgebonden budget afgerond en daalt de marginale druk naar 68%. Vanaf € 110000 is de afbouw van de arbeidskorting en kinderopvangtoeslag afgerond en daalt de marginale druk naar het hoogste belastingtarief van 52%.