Checkbrutonetto rekent voor u uit hoe uw netto besteedbaar inkomen verandert als gevolg van maatregelen van de overheid.
Doe de check
17 Sep 2014

Wat betekent de miljoenennota 2015 voor uw netto besteedbaar inkomen

De gisteren verschenen Miljoenennota en concept wetsvoorstellen bevatten een pakket van maatregelen dat de komende jaren invloed gaat hebben op uw netto besteedbaar inkomen. We hebben voor deze site de relevante parameters die worden gebruikt in de berekening zo veel mogelijk hierop aangepast. U kunt nu de precieze gevolgen op uw netto besteedbaar inkomen voor uw situatie uitrekenen. Hieronder volgt een opsomming van de wijzigingen:

1. Inkomstenbelasting box 1: Het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting is in 2014 36,25%. Met ingang van 1 januari 2015 wordt dit tarief verhoogd naar 36,5%. Hoewel het tarief dus wordt verhoogd, is wel sprake van een minder grote verhoging dan eerder was voorzien. In het Belastingplan 2014 was namelijk geregeld dat het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting in 2014 incidenteel fors werd verlaagd, waardoor dat tarief op 1 januari 2015 weer verhoogd zou worden van 36,25% naar 36,76%. Het kabinet heeft nu € 539 miljoen vrijgemaakt om deze verhoging te matigen. In plaats van een verhoging met 0,51%-punt wordt dit tarief dus met slechts 0,25%-punt verhoogd. In het Belastingplan 2014 is nog een verhoging van het tarief eerste schijf voorzien per 1 januari 2016 met 0,06%. Deze verhoging blijft gehandhaafd, waardoor het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting op grond van het onderhavige Belastingplan per 1 januari 2016 uitkomt op 36,56%.

2. Algemene heffingskorting: Het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting wordt verhoogd met 0,32%-punt. In 2015 komt het afbouwpercentage daarmee op 2,32% en voor 2016 en later op 3,32%. Het inkomenstraject waarover wordt afgebouwd verandert hierbij niet. In 2015 loopt dat traject van circa € 20.000 tot circa € 57.000. Doordat in het Belastingplan 2014 nog een forse verhoging van het maximum van de algemene heffingskorting was opgenomen, is de algemene heffingskorting voor belastingplichtigen met een inkomen tot circa € 52.000 alsnog hoger dan in 2014, ondanks de steilere afbouw.

3. Arbeidskorting: In het Belastingplan 2014 zijn diverse wijzigingen aangebracht in de arbeidskorting. In de eerste plaats is het maximum van de arbeidskorting fors verhoogd met in totaal € 836 (in prijzen 2013). Deze verhoging gaat in vier stappen, waardoor ook in de jaren 2015, 2016 en 2017 dus nog verhogingen plaatsvinden. Daarnaast is in het Belastingplan 2014 een stapsgewijze afbouw van de arbeidskorting voor hoge inkomens ingezet, waardoor in 2017 bij een inkomen van circa € 110.000 een arbeidskorting van nihil resteert. Ook in het Belastingplan 2015 worden wijzigingen aangebracht in de arbeidskorting. Het kabinet heeft € 500 miljoen gereserveerd voor een verdere verhoging van de arbeidskorting. Dit wordt bereikt door met ingang van 2015 de afbouwgrens in de arbeidskorting fors te verhogen. De afbouwgrens is het inkomen waarbij de arbeidskorting afgebouwd gaat worden. Na dat punt is het bedrag aan arbeidskorting waarop recht bestaat lager dan het maximum van de arbeidskorting. De afbouwgrens wordt in 2015 verhoogd van circa € 41.300 naar circa € 49.900, in 2016 van circa € 42.200 naar circa € 50.300 en in 2017 van circa € 43.200 naar € 51.100. Het einde van het afbouwtraject ligt in 2015 bij een inkomen van circa € 100.800 in plaats van € 92.200.

4. Inkomensafhankelijke combinatiekorting: Het maximum van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is licht verhoogd van € 2133 naar € 2152.

5. Heffingskorting groen vermogen: De maximum korting voor groene beleggingen (groen vermogen) is licht verhoogd van € 395 (0.7 %) naar € 399 (0.71 %).

6. Ouderenkorting: Met ingang van 2016 wordt de ouderenkorting verlaagd met € 83. De ouderenkorting bedraagt in 2014 € 1032 voor belastingplichtigen met een inkomen tot € 35.450 en € 150 bij een hoger inkomen. De ouderenkorting in 2016 voor belastingplichtigen met een inkomen tot circa € 36.200 komt uit op circa € 970 en voor belastingplichtigen met een hoger inkomen op circa € 70.

7. Ouderentoeslag: Ouderen met een inkomen in box 1 van maximaal € 19.89522 en een grondslag sparen en beleggen (grondslag voor box 3) van maximaal € 279.708 per belastingplichtige hebben recht op een verhoging van het heffingvrije vermogen in box 3 met maximaal € 27.984: de ouderentoeslag. Deze toeslag wordt met ingang van 2016 afgeschaft. Hierdoor worden deze oudere belastingplichtigen voor wat betreft het heffingvrije vermogen in box 3 in dezelfde positie gebracht als overige belastingplichtigen.

8. Kindgebonden Budget: Het is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming voor de kosten van kinderen, bedoeld om gezinnen met lagere inkomens te ondersteunen en neemt af naarmate het toetsingsinkomen van de ouders toeneemt. Bij een toetsingsinkomen van de ouders van meer dan € 19.767 wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat verminderd met een bepaald percentage, het zogenoemde afbouwpercentage, van het inkomen boven € 19.767. Als onderdeel van het koopkrachtpakket wordt het afbouwpercentage verlaagd van 7,6% naar 6,75%. Hierdoor ontvangen ouders met een inkomen tussen € 19.767 en de bovengrens meer kindgebonden budget.

9. Huurtoeslag: De voorgestelde bezuiniging in de huurtoeslag 2015 (verlaging vergoedingen delen B en C met ieder 2%) wordt teruggedraaid. In 2015 blijven de vergoedingen voor de delen B en C respectievelijk 65% en 40%.

10. Inkomensafhankelijke zorgbijdrage: De verlaagde inkomensafhankelijke zorgbijdrage voor mensen zonder werkgever wordt met 0.55 % verlaagd van 5.4 % in 2014 naar 4.95% in 2015. Dat is in het voordeel voor gepensioneerden en ZZP'ers.