Checkbrutonetto rekent voor u uit hoe uw netto besteedbaar inkomen verandert als gevolg van maatregelen van de overheid.
Doe de check
09 Feb 2016

Wat verandert er in 2016 voor een alleenstaande ouder in een koopwoning?

Op checkbrutonetto kun je precies uitrekenen hoeveel een gezin er in 2016 op vooruit of achteruit gaat. Als voorbeeld doen we een analyse van de financiële situatie van een alleenstaande moeder. Deze moeder werkt 32 uur per week en verdient daarmee € 35000 bruto per jaar. Ze heeft een koopwoning met een WOZ waarde van € 143241 en betaalt voor haar hypotheek een bruto jaarrente van € 7162. Haar pasgeboren zoon zit 32 uur per week op de kinderopvang. De vrouw heeft € 25000 spaargeld.

Je kunt haar financiële situatie zelf varieren op deze pagina.

Checkbrutonetto berekent de volgende verschillen tussen 2015 en 2016 voor haar situatie: 

Verschil in netto besteedbaar inkomen tussen 2015 en 2016.
Verschil in netto besteedbaar inkomen tussen 2015 en 2016.


In 2016 heeft ze netto € 2310 per jaar meer te besteden dan in 2015 (6,53%). Dit bedrag is opgebouwd uit:

In haar voordeel:
  • Ze betaalt minder inkomstenbelasting.
  • Ze betaalt minder vermogensbelasting.
  • Ze krijgt meer arbeids- en combinatiekorting.
  • Ze ontvangt iets meer kinderbijslag en kindgebonden budget en flink meer kinderopvangtoeslag.

  • En in haar nadeel:
  • Ze krijgt minder hypotheekrenteaftrek.
  • Ze krijgt minder algemene heffingskorting.
  • Ze betaalt meer zorgpremie.

  • Als we dit uitrekenen voor verschillende bruto jaarinkomens terwijl we de rest van haar gezinssituatie hetzelfde laten dan krijgen we de volgende grafiek: 

    Verschil in netto besteedbaar inkomen tussen 2015 en 2016: alle inkomens.
    Verschil in netto besteedbaar inkomen tussen 2015 en 2016: alle inkomens.


    In deze grafiek zie je weer dat zij er, met een bruto jaarsalaris van € 35000, € 2310 op vooruitgaat. Haar bruto jaarsalaris zit in een gunstig deel van de grafiek en daarom gaat ze er het meest op vooruit. Als ze meer zou hebben verdiend dan zou ze er minder op vooruit zijn gegaan. Bij een inkomen van ongeveer € 60000 loopt dit af tot rond de € 1500. Het grillige patroon in de grafiek komt door het verschil van de inkomensafhankelijkheid van de kinderopvangtoeslag tussen 2015 en 2016.

    We kijken nu in meer detail naar de veranderingen in de inkomsten- en vermogensbelasting, hypotheekrenteaftrek, de diverse heffingskortingen, en de toeslagen: 

    Kindgebonden budget (toeslag): Ze heeft dit jaar recht op € 3485 kindgebonden budget, € 50 meer dan in 2015. Ze heeft voor het kindgebonden budget recht op de alleenstaande oudertoeslag ter compensatie voor het wegvallen van de (aanvullende) alleenstaande ouderkortingen (heffingskortingen) in 2015. Deze toeslag is inkomensafhankelijk en wordt vanaf een drempelinkomen afgebouwd naarmate haar verzamelinkomen stijgt. Omdat haar verzamelinkomen van € 28935 hoger is dan het drempelinkomen van € 19759 wordt haar kindgebonden budget afgebouwd met ruim € 600 tot € 3485. Deze inkomensafhankelijke afbouw kun je goed zien in de volgende grafiek:

    Kindgebonden budget in 2015 en 2016.
    Kindgebonden budget in 2015 en 2016.


    Kinderopvangtoeslag: Ze heeft dit jaar recht op € 10135 kinderopvangtoeslag, € 859 meer dan in 2015. Deze toeslag is inkomensafhankelijk en wordt vanaf een drempelinkomen afgebouwd naarmate haar verzamelinkomen stijgt. Ze zit voor haar situatie aan het begin van deze inkomensafhankelijke afbouw. De afbouw is voor haar dit jaar iets sterker dan vorig jaar. Deze afbouw kun je goed zien in onderstaande grafiek:

    Kinderopvangtoeslag in 2015 en 2016.
    Kinderopvangtoeslag in 2015 en 2016.


    Door de overheidsmaatregelen krijgt iedereen met kinderen op de kinderopvang meer kinderopvangtoeslag. Maar de hogere inkomens krijgen meer dan de lagere inkomens. De grens ligt bij ongeveer € 24000 bruto inkomen. Dit verschil in vooruitgang tussen lage en hoge inkomens kun je goed zien in onderstaande grafiek:

    Verschil in kinderopvangtoeslag tussen 2015 en 2016.
    Verschil in kinderopvangtoeslag tussen 2015 en 2016.


    Algemene heffingskorting: Ze heeft dit jaar recht heeft op 1808 euro algemene heffingskorting, 184 euro minder dan in 2015. Deze heffingskorting is inkomensafhankelijk en wordt vanaf een drempelinkomen afgebouwd naarmate haar box1-inkomen stijgt. Door de overheidsmaatregelen stijgt de maximale algemene heffingskorting licht maar vindt er een snellere afbouw t.o.v. 2015 plaats bij meer box1-inkomen. Deze snellere afbouw kun je goed zien in onderstaande grafiek:

    Algemene heffingskorting in 2015 en 2016.
    Algemene heffingskorting in 2015 en 2016.


    Arbeidskorting: Ze heeft dit jaar recht heeft op € 3064 arbeidskorting, € 844 meer dan in 2015. Deze heffingskorting is inkomensafhankelijk, stijgt bij lage arbeidsinkomens tot een maximum, en wordt vanaf een drempelinkomen weer afgebouwd naarmate haar arbeidsinkomen stijgt. Door de overheidsmaatregelen stijgt de maximale arbeidskorting flink maar vindt er een eerdere afbouw t.o.v. 2015 plaats bij meer arbeidsinkomen. Voor haar betekent dit dat ze weliswaar flink meer arbeidskorting krijgt maar wel met haar arbeidsinkomen aan het begin van de inkomensafhankelijke afbouw komt. Dit laatste was vorig jaar voor haar niet het geval. Dus nu meer verdienen betekent dit jaar wel afbouw van arbeidskorting, maar vorig jaar niet. De verhoging van de maximale arbeidskorting en het verschil in afbouw tussen vorig en dit jaar kun je goed zien in onderstaande grafiek:

    Arbeidskorting in 2015 en 2016.
    Arbeidskorting in 2015 en 2016.


    Combinatiekorting: Ze heeft dit jaar recht op € 2769 combinatiekorting, € 617 meer dan in 2015. Deze heffingskorting is inkomensafhankelijk, stijgt met het arbeidsinkomen vanaf € 0 tot € 2769 maximaal en wordt niet afgebouwd bij nog meer arbeidsinkomen. Door de overheidsmaatregelen stijgt de maximale combinatiekorting flink t.o.v. 2015. Ze profiteert hier ook van. Ze zit met haar arbeidsinkomen net voorbij de inkomensafhankelijke opbouw. Als ze nu minder zou gaan verdienen betekent dit dat ze, door deze inkomensafhankelijke opbouw, minder combinatiekorting zal krijgen. De verhoging en inkomensafhankelijke opbouw kun je goed zien in onderstaande grafiek:

    Combinatiekorting in 2015 en 2016.
    Combinatiekorting in 2015 en 2016.


    Inkomstenbelasting (box1) en hypotheekrenteaftrek: Ze betaalt dit jaar € 13373 inkomstenbelasting (box1), € 237 minder dan in 2015. Dit komt omdat de overheid de tarieven voor de inkomstenbelasting in met name de tweede en derde schijf significant heeft verlaagd van 42% naar 40,40%. Dit betekent echter ook dat ze minder hypotheekrenteaftrek krijgt, dit jaar € 2459, € 97 minder dan vorig jaar. De details over haar inkomstenbelasting (box1) kun je zien in onderstaande tabel:

    Inkomstenbelasting (box1) in 2016.
    Inkomstenbelasting (box1) in 2016.


    De details over haar hypotheekrenteaftrek (box1) kun je zien in onderstaande tabel:

    Hypotheekrenteaftrek in 2016.
    Hypotheekrenteaftrek in 2016.


    Vermogensbelasting (box3): Ze betaalt dit jaar € 7 vermogensbelasting (box3), € 37 minder dan in 2015. Dit komt omdat de overheid het heffingsvrij vermogen heeft verhoogd van € 21330 naar € 24437. Ze zit met haar € 25000 spaargeld net boven deze grens. De fiscus veronderstelt nu in haar geval voor dit jaar dat ze over € 563 boven deze grens een rendement van 4% (€ 23 inkomen uit vermogen) heeft gemaakt. Hierover moet ze 30% vermogensbelasting (€ 7) betalen. De details over haar vermogensbelasting (box3) kun je zien in onderstaande tabel:

    Vermogensbelasting (box3) in 2016.
    Vermogensbelasting (box3) in 2016.